Verdraagzaam

Vincent Kompier Samenwerking

De dag na de aanslagen in Parijs op vrijdag de dertiende namen we vanaf de Overtoom tram 1 naar Osdorp. Want Osdorp is rolstoelvriendelijker dan Oud-West. Per ongeluk vergaten we uit te stappen bij halte “Meer en Vaart” die het dichtst bij het winkelcentrum Osdorpplein ligt. Dan maar de volgende halte. Bij de halte “Louis Davidsstraat” waren we de enige die de tram verlieten. In de stoep bij het oversteekstoplicht was een 30 bij 30-stoeptegel gelegd met daarop een afbeelding van een rolstoel. Dat begon goed.

Louis Davidsstraat, 1981 - foto: archief dRO Amsterdam

Louis Davidsstraat, 1981 - foto: archief dRO Amsterdam

Aan de overkant van de oversteekplaats rolden we verder. Hier hadden straten namen als: “Verdraagzaam”, “Geduld” en “Overleg”. Ik dacht terug aan begin jaren negentig toen ik voor een studieopdracht de Middelveldsche Akerpolder mocht onderzoeken. Deze polder was midden jaren tachtig na felle debatten tussen de dienst Ruimtelijke Ordening en de dienst Volkshuisvesting alsnog bebouwd. Ik ging er altijd op de fiets heen, vanaf het Singel tot aan de Akerpolder. Dertig minuten stad, via de Kinkerstraat, Postjesweg, Christoffel Plantijnpad. Toen al verbaasde ik me over deze straatnamen. “Inzet”, “Volharding” en "Verdraagzaam". Alles met elkaar verbonden via het “Dwaze Moedersplein”.

Dwaze Moedersplein, mei 1981, foto: archief dRO Amsterdam

Dwaze Moedersplein, mei 1981, foto: archief dRO Amsterdam

Daar staat nieuwbouw uit midden jaren tachtig. Neergezet omdat de Cornelis Lelylaan toch niet is doorgetrokken tot aan de A9. Destijds heette dergelijke nieuwbouw “aanvullende woningbouw”. Zo ziet het er ook uit. De gebouwen waren vier lagen hoog en bestonden uit gemetselde stenen muren met witte, dikke plastic kozijnen. Ze hadden hier die beroemde non-steen gebruikt: niet geel, niet groen, niet grijs. Maar van dat alles de net-niet-kleur steen. Ook in de jaren tachtig kampte Amsterdam met een woningtekort. Eigenlijk kampt Amsterdam altijd met een woningtekort. Via “Geduld” rolden we verder naar het Osdorpplein.

Vincent Kompier Geduld

Daar aangekomen stond een Sinterklaas met het grootste Amsterdamse accent ooit op een geïmproviseerd podium door een sterk echoënde microfoon het handjevol toegestroomde publiek toe te spreken. Er liepen zwarte- en roetpieten rond. Weinig toeschouwers leken geïnteresseerd. Op een afstandje stond een groepje politiemannen gespannen toe te kijken. Er was geen protesterende menigte te bekennen. Geen actievoerders te zien. De enige actie was hier de Action. Passanten hadden meer aandacht voor de koopjes bij de Hema.

Osdorpplein, 1981, foto: archief dRO Amsterdam

Osdorpplein, 1981, foto: archief dRO Amsterdam

Op Tussen Meer at ik een te koud broodje haring. Daarna rolden we verder om in café restaurant De Serre koffie te drinken. Het personeel was heel vriendelijk en hield de deur voor ons open, ook al waaide het als een tiet. Binnen keken we naar passerende winkelende mensen. “Osdorp is het Wedding van Amsterdam” stelde ik vast. Gewone mensen, in gewone kleren, met gewone boodschappentassen op een gevaarlijk gewoon lijkende zaterdag. Het Berlijnse Wedding. Een wijk die zo gewoon is gebleven dat er eenmaal per jaar een glossy over de wijk wordt gemaakt. Zo’n glossy zou Osdorp ook niet misstaan.

“Glosdorp” klinkt best gaaf.

Tussen Meer Vincent Kompier

Terug op de Overtoom ben ik de rest van de tocht naar huis gaan lopen. Bij Maison Descartes stond buiten op de stoep voor de ingang een vrouw -type Française, met zo’n knot op haar hoofdhaar- met twee nepvleugels op haar rug gebonden. Ze hield een bord vast waarop iets stond over 'hypocrisy' wat ik niet kon (of wilde) lezen. Ik liep verder. Voor me liep iemand die een sweater droeg waar op de achterkant “BLOED SERIEUS” stond, met daarnaast een gestyleerde druppel. Bij het wilde landje achter Artis schreeuwden twee laatste dahlia’s de herfst van zich af: “ik ben ROOD” en: “ik ben CITROENGEEL”.