Stad in onbalans

Aap banaan Marga van den Meydenberg

Een druk terras, ergens in Amsterdam.
“Hee Moon, goed je te zien!”
“Jou ook, hoe gaat het, Bo?”
Een knap blond meisje strijkt neer op de lege plek naast de bebaarde jongen.
“Goed dat je een plekje hebt gevonden, het is hier knijtervol”
“Ja, dat is mazzel, er ging net zo’n ouder Spaans echtpaar weg, dus heb ik meteen die stoel voor je geclaimd’
“Mag ik wat bestellen?” vraagt Bo aan de langssnellende ober
“Komsobiju!” En weg is de ober.
“Ga jij ook naar Park Life, binnenkort?”
“Was ik wel van plan, ja! Heb er megaveel zin in. Goeie plek, dat Westerpark. Gave line up, toffe gasten: ik ben er bij!”.
Een telefoon rinkelt.
“Met Moon? Oh, ja, ik ben er niet… zou je het bij de buurvrouw op nummer 19 kunnen afgeven? Die is bijna altijd thuis. En anders op de hoek bij dat ijswinkeltje? Dankjewel!”.
“Wie was dat?”
“Oh, de Zalandobezorger, ik heb gister van die zomersandalen besteld”.
Een straatartiest begint voor het terras zijn spullen uit te stallen.
“Winkel jij op internet? Ik dacht dat je zo van shoppen hield?”.
Een grote groep middelbare dames met rode hoedjes op schuifelt langzaam spiedend langs het terras. Tevergeefs, want alle plekken zijn bezet.
“Ja, ik ben dol op shoppen, maar kopen doe ik op internet. Veel handiger, want ze brengen alles wat je wilt bij je thuis”.
“Oh, dus al die vrachtwagentjes die de stad verstoppen komen door jouw besteldrift”.
De straatartiest begint aan zijn ‘Yesterday’.
Boats Marga van den Meydenberg

Stad in onbalans

Deze week is in Amsterdam het startdocument Stad in Balans verschenen. Een eerste aanzet van het college om een balans te zoeken. Waarom? Omdat de stad drukker en voller wordt. Meer en meer mensen bezoeken de stad. Dat leidt tot overbevolkte straten en pleinen. Maar de Amsterdammers zelf kunnen er ook wat van. Ten opzichte van zeven jaar geleden, toen ik Amsterdam tijdelijk voor Berlijn verruilde, is iedereen gaan fietsen. Van terras tot terras, want er lijkt wel een uiterst strikt terrassenbeleid te zijn. [Daarover op dit blog meer in de komende blogserie: ‘Hé, wat een leuk plein/park/plekje! En waarom kan je hier nergens koffie krijgen?’]. Alle terrassen zitten alle tijden altijd vol. Met toeristen, dagjesmensen, Amsterdammers.

Dat het drukker is geworden ziet zelfs een blinde. Een argument als “in 1846, tóen was het pas druk!”doen er niet toe. Daarmee wordt beweerd dat drukte beleving is, en geen feit. Terwijl de cijfers wel degelijk laten zien dat het drukker en voller aan het worden is. Dat drukte multi-interpreteerbaar is, is wel waar. Wat voor de een onuitstaanbaar is, is voor de ander gezellig druk. Maar dat ontslaat de stad niet van de taak om die drukte in kaart te brengen en waar mogelijk bij te sturen.

Wat wil het college?

Allereerst is het goed dat het document stelt dat de Amsterdamse drukte lang niet altijd alleen van de toeristen komt. Dat is goed gezien. Ons veranderende gedrag, flexwerken, de hele dag sociaal onderweg; kortom: onze persoonlijke ruimtelijke ordening begint flink te knellen me de ruimtelijke ordening van de stad. Het college heeft in het startdocument vier richtingen bedacht om de groei van Amsterdam en de regio in goede banen te leiden. Dat zijn:

1. grotere stad: door bezoekers te spreiden, buurten buiten het centrum (= binnenstad) verder te ontwikkelen en het creëren van nieuwe stedelijke milieus in de stad en regio

2. slimmere stad: nieuwe technologieën inzetten om de stad sneller en makkelijker aan te kunnen passen aan het veranderende gebruik van het publieke domein

3. anders kijken: kunnen de huidige problemen op een andere manier aangepakt worden? Er wordt gestart met experimenten onder het mom: “eerst doen, dan leren”

4. samen doen: college roept de stad op om het samen te doen. De gemeente stimuleert en faciliteert, en waar nodig af te bakenen en zelf actie te ondernemen. Maar de gemeente vraagt om verantwoordelijkheid en commit­ment van alle betrokken partijen.

Hoe staat het met de uitwerking van deze vier punten? Daar is veel op af te dingen. Vooral als het om toerisme gaat.

Alles altijd voor iedereen

Nu het huidige college van VVD, D66 en SP zo’n beetje alles wat de PvdA ooit heeft opgezet met een wraakzinnig genoegen aan de kant heeft gegooid zijn ze één ding vergeten: het mantra dat de stad voor iedereen is. Dat is PvdA-gedachtegoed dat altijd van stal werd gehaald. Of je het er nu mee eens bent of niet; de PvdA was wel een partij die aan deze kreet duidelijk beleidsconsequenties verbond. En dat doet dit college niet. Of ze zien ‘balans’ als een mantra: als je het maar vaak genoeg roept ontstaat het vanzelf. Het maakbaarheidsideaal blijft ook dit college tarten. Want je kan van toerisme zeggen wat je wilt; te temmen is het amper. Het is als die zevenkoppige draak; sla een kop eraf en er groeien er bijkans twee weer aan. De gemeente heeft ongeveer nul invloed op het zogeheten kwaliteitstoerisme wat ze willen stimuleren. Het klinkt leuk, ‘kwaliteitstoerisme’, net als ‘creatieve industrie’ maar is uiteindelijk doodsaai, niet vernieuwend en draagt weinig tot niks bij aan de stad. Behalve financieel.

Het startdocument meldt: ”Amsterdam is voor iedereen een aantrekkelijke en gastvrije stad”. En: “Voorop staat dat de stad aantrekkelijk moet blijven voor ieder­een”. Wat niet waar is. Zoals de wethouder economie onlangs in de lokale krant zei: liever geen groepen toeristen die weinig geld uitgeven. Geld, geld geld moeten ze opleveren. Uit alles blijkt dat het huidige college voor de economie kiest. Die is heilig. Dat is op zich niet bezwaarlijk. Ware het niet dat de definitie van economie bij dit college verengd is tot ‘geld verdienen’. En aan wie wil en kan je geld verdienen? Juist ja: aan toeristen. Want dat is goed voor de stad, want dat is economie. Die nauwe economiedefinitie van dit college is beangstigend. Econoom Arnold Heertje schrijft dat het probleem is met het woord economie dat niemand meer weet dat duurzaamheid ook onder economie valt. En welvaart meer is dan geld alleen.

unicorn Marga van den Meydenberg
Een tot voor kort geliefde kroeg op de Zeedijk op zaterdagavond. De avond begint rustig. Leuke klanten,  goeie muziek en fijne dj. Tot na tienen. Dan stormt de ene na de andere stag party binnen (voor wie dat begrip niet kent: Google eens: “stag party Amsterdam” en je ontdekt een geheel hele nieuwe tak van 'creatieve industrie'). Te veel, te overheersend. Alsof er ongevraagd continu een natte reu tegen je been op staat te rijden, zo voelt het. Een kroegeigenaar die groepen binnenlaat omdat ze binnen een halfuur de omzet tien keer verhogen ten opzichte van een avond zonder stag parties. Leuk voor de toeristen, goed voor de kas. Exit vaste klanten.
Bellenblaas Marga Van den Meydenberg

Aan knoppen draaien

Wat het college niet doorheeft, is dat aan knoppen draaien om de balans terug te brengen altijd betekent dat er een of meerdere groepen minder goed vanaf komen. Dat heet kapitalisme, zo zit het systeem in elkaar. Wie weleens goed naar een dj heeft staan kijken die aan het werk is (zoals ik, ik heb een zwak voor dj’s) weet dat 'balans' niet bestaat. Als hij meer hoge tonen in de muziek gooit, gaat dit ten koste van de lage tonen. Smijt hij er meer bassen in, dan vervagen de hoge tonen. Dat ‘alles en altijd voor iedereen’-idee klinkt naar een geleide planeconomie zoals we die kennen uit het Oost-Europa en Rusland van vroeger. Toen dat nog achter het ijzeren gordijn was verstopt. Daar was (op papier althans) altijd alles voor iedereen. In het westerse kapitalisme niet. Daar zijn altijd winnaars en verliezers. Toeristen zijn, zeker in Europese binnensteden de winnaars, de bewoners de verliezers. Maar dat staat nergens. Net als er nergens staat wát we nou daadwerkelijk aan de toeristen verdienen, en wie. Misschien bedoelt het college met punt vier dat ik voortaan zelf met stag party dames en heren in gesprek moet gaan. “Hi! Nice to meet you! Welcome to Amsterdam! And can I effe vange, because you bring so much money into our city! You can give me 50 Euros, or more. Thank you and have a nice evening!

NEXT Please!”

Karneval Marga van den Meydenberg

Groei is goed

“Groei is het teken van een internationale, bereikbare, levendige en succesvolle stad en een voorwaarde voor toekomstige wel­vaart”. De vraag is om welke groei het gaat. “Een stad die groeit, is een stad die leeft”. Ik kan niet nalaten te schrijven dat Berlijn jarenlang amper (financieel) groeide, maar desondanks een megamagneet voor bezoekers van buiten werd. Die kwamen af op de muziekscene en cultuur, die niet gesubsidieerd was, maar door lage huren mensen vanuit heel Europa de stad inzoog. Ondertussen was nog steeds 15% van de inwoners werkloos. De kwalitatieve groei, die dus niet in economisch harde groeicijfers terug te vinden was, zorgde voor een voedingsbodem voor de huidige aantrekkelijkheid. Amsterdam draait het om. Eerst kwantigroei, dan komt daarna alles wel goed. Ondertussen verschraalt de binnenstad in rap tempo. Niet in uiterlijk, want dat is het verraderlijke. Alles is zo ongeveer opgeknapt. Alles is aan de buitenkant authentiek gemaakt. Achter de gevels treedt verschraling op. Alles richt zich op snelle omzetten. Langetermijnperspectief ontbreekt, want wat nú geld oplevert telt. En de gemeente moedigt dit nota bene in Stad in Balans aan: “Veel particulieren hebben de woningverhuur aan toeristen ont­dekt en benutten de nieuwe mogelijkheden ten volle. Dit is een goede en welkome ontwikkeling die het ook mogelijk maakt dat Amsterdammers verdienen aan de toenemende stroom toeris­ten”. Zo krijg je als stad de ondernemers (en inwoners) die je verdient. En die verdienen aan toeristen. Melkkoe toerist. Maak dan tenminste inzichtelijk wat het toerisme kost. Dat het geld oplevert weten we wel; maar wat kost het de stad en haar inwoners eigenlijk?

Im Wald Marga van den Meydenberg

Balanceren is niet kiezen

Probleem is dat er niet gekozen wordt in Stad in Balans. Wie voor balans kiest, kiest niet. Voorbeeld: in het startdocument is de verhouding fietsgebruik versus autogebruik op een gemiddelde werkdag weergegeven: 31% fietsers tegenover 20% auto’s. Dan lijkt me de keus snel gemaakt: auto’s eruit, fietsers erin. Nee, er wordt weer ergens een pleintje autovrij gemaakt, of een straatje autoluw. En dat was het. Terwijl een van de collegepartijen toch de term ‘doorpakken’ heeft uitgevonden.

En dan het idee de stad ‘groter’ te maken; punt 1 in het document. Door op andere plekken dan de binnenstad functies te programmeren zullen toeristen en bezoekers als vanzelf de binnenstad uittrekken, is het idee. Ook daar bijt de stad in haar eigen beleidsstaart. Want jarenlang is zo’n beetje alles aan, op of in de IJ-oevers geprogrammeerd. EYE, Muziekgebouw, A’dam-toren, Conservatorium, Openbare bibliotheek: alles ligt op nog geen kilometer van het Centraal Station af. Geen wonder dat het daarom druk is. Met Amsterdammers, met boeren van buiten en met toeristen. Met deze ruimtelijke beleidskeuzes heeft Amsterdam jarenlang ontkend dat de stad veel groter is dan de binnenstad. En nu de drukte in de binnenstad te groot wordt mogen de buitenwijken (en die arme parken) de boel opvangen in het kader van spreiding. Alsof het om een plaag gaat. En het Anne Frankhuis zie ik nog niet zo snel naast Amsterdam ArenA of de Sloterplas verhuizen.

Omhoog Marga ven den Meydenberg

Voortdurend wordt Amsterdam in reclame, maar ook in gemeentemarketing gebruikt als coulisse, als decor om de wereld te laten zien hoe mooi het is. Met die hoofdstadbonus kan ik leven. Maar Amsterdam moet oppassen. Wie zei het ook al weer? Dat het product Barcelona er met de stad Barcelona vandoor was gegaan? Door de stad wereldwijd permanent in de etalage te zetten zal het aantal toeristen zeker niet afnemen. Maar dat doet Amsterdam wel, in de vorm van Amsterdam Marketing, een publiek-private partij die het concept “Amsterdam” moet vermarkten (met subsidie van ons Amsterdammers) aan kwaliteitstoeristen. Zo verwordt de stad tot  themapark in plaats van laboratorium voor nieuwe ideeën. Dan ligt saaiheid op de loer. Steden worden wereldwijd slachtoffer van hun eigen succes.

Pariser Platz Marga van den Meydenberg

Toeristen verafschuwen

Wat zo jammer is, is dat dit college toeristen als melkkoe ziet om de economie te spekken. Nergens staat dat het ook leuk kan zijn, toeristen in je stad. Niet omdat ze geld opleveren. Maar omdat het interessant kan zijn om mensen uit andere landen, andere culturen te ontmoeten. Je trots over je stad op mensen van buiten over te brengen. Plekjes te laten zien die niet in alle gidsen staan. Die chlamydia die je er soms aan over houdt neem je op de koop toe, als Amsterdammer. Maar door het begrip toerist te verengen tot €€€ zoals dit college doet, ga je als Amsterdammer onbewust toeristen verafschuwen. En dat wil ik helemaal niet.

 

De foto’s bij dit artikel zijn van fotografe Marga van den Meydenberg die op weergaloze wijze het straatleven (en de invloed van toerisme op de straat en stad) in Berlijn vastlegt. Zie haar site: http://www.meydenberg.com/