Vlammekoegen

“Laten we dan eerst gaan eten bij The Entrance. Want daar hebben ze Vlammekoegen”zei vriend M, toen hij me aan de telefoon uitnodigde om na het eten naar een toneelvoorstelling te gaan.

Vlammekoegen. Hij sprak het uit en meteen kreeg ik een beeld voor ogen van een langvergeten mottige middeleeuwse zanger. Zo iemand in bruine lappen met een koord rond zijn middel. Die van kroeg naar kroeg trekt met zijn luit om daar een moppie te spelen voor publiek dat ongeïnteresseerd is, of dronken, of ongeïnteresseerd dronken. Zo iemand die na afloop van zijn optreden wordt afgescheept met een nap slechte aardappelsoep. Of een pot blondschuimend bier. En hup, daar trekt Vlammekoegen na een slecht optreden en een biertje verder door de nat oplichtende straten van middeleeuws Amsterdam. Hard op zoek naar een volgende kroeg met slachtoffers.


Vlammekoegen hadden ze, in de hippe tot restaurant verbouwde lobby van het creatieve cityhotel X. Want dat is hét nu helemaal in stad A. Dat je in hotellobby’s gaat eten. Iets wat in andere normale landen al jaren gewoonte is, maar zoals het beroemde gezegde luidt: als de oorlog uitbreekt: ga naar Nederland. Daar gebeurt alles vijftig jaar later. Vlammekoegen in lobbyrestaurants.
Aan de bar zaten twee meisjes van 25 en 26 jaar nonchalant oesters weg te slurpen alsof ze paprikachips aan het eten waren. Daarnaast zat een iets te vadsige jongen met love handles boven de broekriem met een lief, onschuldig gezichtje van een jaar of 23 met zijn twee vriendinnen. Die om de haverklap hun jas aanschoten om met hun glas wijn in de hand naar buiten te gaan. Dat rookverbod, ik kan er maar niet aan wennen. Het levert een hoop onrust op. En Duitser-op-Noordzeestrandtaferelen, want de achtergelaten kruk wordt met hand en tand verdedigd tegen krukkapers op de kust. Want het is een populaire plek, die lobby van hotel X. Iedereen in Amsterdam die er toe doet of dat denkt wil dat meemaken: Vlammekoegen in lobbyhotels.

Ik staarde naar boven. Waar afvoerpijpen en elektriciteitsleidingen al wirwarrend vochten om aandacht. “Dat wat in Berlijn ‘geldmangel’ heet, heet hier in Amsterdam Berlijn” dacht ik. Ik nam er een foto van en twitterde beeld plus tekst even later het wereldwijde web in. Daarna nam ik een slok smaakloze edoch dure Sekt. Want Duitsland is hip en dat zullen we weten ook. De vlammenkoegen kwamen op tafel. Met bloedworst, want ruig en degelijk mág weer in de keuken van de Hollandse smaakpolitie. De blauwe kaas en vijgen maakten deze Vlammekoegen tot iets exotisch. Bijna. Want wat in andere landen een stukje zou heten heette hier hele portie. Dat dan weer wel. In de hoek knetterde de open haard erop los. En deed alsof het een honderdjarige oude kamer in een Engels landhuis was. Amsterdam global village anno 2015.